Voortgang in Altea (Spanje)


(Dit is een project van Arista Bee Research)
Gisteren hebben Gerbert en ik onder een strakblauwe hemel en met een temperatuur die boven de twintig graden lag de volkjes die de darren voor de SDI gaan leveren meer ruimte gegeven. (SDI = Single Drone Insemination) De volkjes staan nu allemaal op drie broedkamers mini-plus. De koninginnen van die volkjes zijn in het najaar allemaal standbevrucht en bezitten 100, 87,5 en 75% VSH eigenschappen. De koninginnen die 87,5% VSH eigenschappen hebben zullen darren leveren van 75 en 100% VSH. Van de darren zal over een aantal weken sperma worden getapt om de koninginnen die over ca. 10 dagen geteeld gaan worden te insemineren met het sperma van slechts één dar. Hierdoor zijn we zeker dat de VSH eigenschap goed wordt doorgegeven. Nadeel is echter dat de spermatheek van deze koninginnen snel leeg kan zijn en zij geen werksters c.q. koninginnen meer kan produceren. Het is echter een tussenstap met als doel van deze koninginnen weer koninginnen te kunnen telen die de gewenste eigenschappen in hoge mate bezitten.

Om koninginnen te kunnen telen zijn van drie DadantBlattvolken de koninginnen boven het rooster, in een lege en één al met honing gevulde honingkamer, geplaatst. De ramen in die honingkamers bestaan elk uit twee aan elkaar gekoppelde mini-plus ramen zodat daar over tien dagen makkelijk volkjes in mini-plus van gemaakt kunnen worden. De broedkamers zitten vol gesloten en uitlopend broed en hebben veel jonge bijen. Deze drie kasten worden de starters/pleegvolken voor de nieuw te telen series koninginnen. Eén van deze volken is al F3 met Iberisch bloed en dat is goed te merken ook. Het Spaanse temperament is daarin volop aanwezig.

Advertisements

5 thoughts on “Voortgang in Altea (Spanje)”

  1. 1 dar inseminatie, waarom is dat met één dar? Als je darren hebt met 87,5% VSH, dan geeft die koningin 2 soorten darren, van allebei haar rijen chromosomen 1. Die zijn nagenoeg hetzelfde. De moeder van die moer hebben waarschijnlijk ook met één lijn darren gepaard, maar dan meerdere darren en die moer weer en die moer weer enz. Dan zijn ze nagenoeg hetzelfde en kan je toch met meerdere darren insemineren zodat de moer langer mee gaat? Of moet je echt weten welke dar de vader is van de werksters? Of heb ik het helemaal mis?

    1. Mathijs, leuk dat je reageert. Inseminatie met één dar dan weet je zeker wat de afkomst is. Het is de bedoeling VSH koninginnen te telen. We telen nu koninginnen van koninginnen die 100% VSH hebben. Er zijn darrenvolken waarvan de koningin 100, 87,5, en 75% VSH zijn. De darren van die koninginnen zijn dat dan ook. In het geval van 87,5% worden er darren geboren die ofwel 100% of 75% VSH hebben. De geteelde 100% VSH koninginnen worden bevrucht met sperma van één dar. Later worden de volkjes van deze geïnsemineerde koninginnen besmet met varroamijten. Enige tijd later wordt het broed van deze volkjes gecontroleerd op zich voortplantende mijten. Zijn er geen zich voortplantende mijten dan is de koningin geïnsemineerd met het sperma van een 100% VSH dar. De volkjes die wel voortplanting laten zien, vallen af. Van de geselecteerde volkjes worden koninginnen geteeld die standbevrucht worden. Deze koninginnen leveren een jaar later darren met 100% VSH. Pas dan kunnen er inseminaties worden uitgevoerd met het sperma van meerdere darren. Hier in Altea is het seizoen langer en kunnen we in het najaar de goede koninginnen nog op de stand laten bevruchten om het volgende jaar darrenleverancier te laten zijn. Het is een lang proces met meten en controleren. We moeten op 100% zeker gaan om goede resultaten te krijgen.

      1. Dag Henk,
        Dan heb ik nog twee vragen. Ik vind het raar dat er nu moeren zijn die 100% VSH gedrag hebben, maar die nog niet goed genoeg zijn, dan is het toch niet 100%? De andere vraag, krijg je met het selecteren op VSH bijen niet weinig genetische diversiteit? Er zijn immers maar weinig bijen met een hoog VSH gedrag, nu zal dat met Buckfast wel mee vallen aangezien dat al een kruising is van veel rassen en die daardoor wel een groot genetisch diversiteit heeft, maar bijvoorbeeld de Carnica?
        Succes in daar in Spanje!

  2. De moeren die 100% zijn worden gebruikt om koninginnen van te telen en zijn goed. Als de eigenschap VSH homozygoot is geworden loopt het aantal sexallelen terug en daarmee de genetische diversiteit. Het is daarom van groot belang meer lijnen met latent aanwezige VSH te zoeken en te vinden.

Reacties zijn gesloten.