Handbestuiving in China


Zembla zond op 24 januari 2013 haar documentaire “Moord op de honingbij” uit en liet een streek in China zien waar geen bijen zijn en de bevolking de bestuiving met de hand deed.

Men deed het voorkomen alsof dit het gevolg was van de enorme bijensterfte ten gevolge van het gebruik van neonicotinoïden. Daarna greep bijna iedereen deze reportage aan om er op te wijzen dat dit ook ons lot zou zijn. Maar niets is minder waar. Er ligt een heel andere oorzaak ten grondslag aan deze bestuiving met de hand ondanks dat men ons anders wil doen geloven.

Dit is een verhaal van het omzetten van gemeenschappelijke landbouw naar economische landbouw, van voedselproductie naar fruitboomproductie en van extreme armoede naar welvaart.

Hanyuan is een stad in de provincie Sichuan in China. Ongeveer 80% van de bevolking is betrokken bij de landbouw. De meeste peren in China komen hier vandaan en tot 1981 werd het land in Hanyuan gemeenschappelijk bewerkt. Veel boeren hadden bijenvolken om de gewassen te bestuiven. Vóór 1985 bloeiden de perenbomen wel maar was de vruchtzetting slecht. De meeste peren hebben kruisbestuiving nodig om vrucht te kunnen zetten. Om de oogst van de lokale Hanyuan Baili peer (80% van het areaal) te vergroten werden daarom twee andere peren variëteiten in de streek aangeplant. Deze aanplant was succesvol omdat alle peersoorten gelijktijdig bloeiden, er kruisbestuiving plaats vond en de oogst van peren toenam. Tot zover ging alles goed.

Na 1981, kregen de boeren in Hanyuan meer vrijheid om hun landerijen te managen. In 1983 werd er op aandringen van de Chinese regering een andere peersoort, de Jinhuali, massaal bijgepoot. Deze peren brachten meer op dan de Hanyuan Baili peer. De Jinhuali peren brachten zelfs meer op dan rijst en graan en dat zorgde ervoor dat veel boeren Jinhuali peren begonnen te planten op percelen waar eerst andere soorten perenbomen stonden. Maar toen ontstond er een probleem.

Ik noemde hierboven al dat er kruisbestuiving nodig is van andere perensoorten. De boeren probeerden twee andere soorten te enten op de Jinhuali perenbomen om weer kruisbestuiving te krijgen en betere vruchtzetting. Maar hierbij hadden ze niet veel geluk. De ge-ente soorten bloeiden vroeger of later dan de Jinhuali bloeide.
Om toch vruchtzetting bij de Jinhuali peren te krijgen begonnen lokale boeren te experimenteren met handbestuiving. Dit werd een groot succes en de handbestuiving werd zelfs aangemoedigd door de regering. Al heel snel werd een relatie gevonden tussen één van de ge-ente peersoorten, de Jinhuali en de handbestuiving. De boeren leerden stuifmeel van de ge-ente soort te oogsten en hoe deze later op de juiste manier te gebruiken om de Jinhuali peer te bestuiven.

De handbestuiving verhoogde de oogst en leidde zelfs tot een beter uitziende peer. De handbestoven peren bleven een hogere prijs opbrengen dan andere perensoorten of rijst, graan en andere gewassen die de boeren vroeger teelden. Gevolg daar van was dat de boeren alles vol zetten met Jinhuali peren. In sommige streken bestaat de totale oogst voor meer dan 90% uit Jinhuali peren. De hoge prijs zorgde ervoor dat de boeren een hoger inkomen kregen. Ongeveer in dezelfde tijd dat de boomgaarden werden omgevormd tot handbestoven perenboomgaarden diende het sapzuigende insect Psylla zich aan. Deze Psylla is een ernstige bedreiging voor perenbomen. Deze insectenplaag werd bestreden door intensief sproeien met insecticiden. Elke keer als er een insect verscheen op een inkomen producerende perenoogst werd er zwaar met insecticiden gesproeid om de insecten te doden. Dit gebeurde wel 8 tot 10 keer in een oogstseizoen. Om hun inkomen en hun bomen veilig te stellen bleven de boeren zwaar sproeien.

De honingbij, tot dan algemeen voorkomend, begon te verdwijnen. Het intensief sproeien doodde alle insecten inclusief de honingbij. Imkers verplaatsten hun volken naar buiten de streek om de volken te beschermen. In aangrenzende streken waar niet zo intensief wordt bestreden komen genoeg honingbijen voor.
Ondanks dat handbestuiving de oogst doet toenemen en er mooier fruit wordt geoogst willen de boeren minder afhankelijk worden van handbestuiving. Maar de boeren blijven verschillende keren per oogstperiode insecten bestrijden.

De imkers daarentegen weigeren het risico te nemen dat ze hun bijenvolken, en daarmee hun inkomen, verliezen ten gevolge van het insecticidengebruik in Hanyuan. Ze weigeren het ook om een andere reden. Perenbomen produceren niet veel nectar en het nectar dat ze produceren heeft een laag suikergehalte. Een imker die zijn volken in de streek neerzet loopt niet alleen het risico zijn volken te verliezen, ten gevolge van insecticiden of te weinig dracht, maar ook zijn inkomen door verlies van de honingopbrengst.

Als de boeren niet beter leren hun oogsten te beheersen, geen aangepaste bestrijdingsmethoden toepassen, het aantal geschikte perenvariëteiten niet op peil brengen en hun productiemethoden niet verbeteren en coördineren maar blijven doorgaan hun inkomen te beschermen door ongebreideld te sproeien zullen ze met de hand moeten blijven bestuiven. Ze kunnen dat doen want arbeid was en is goedkoop.
En de imker zal zijn volken in andere streken neerzetten.

Bron: From the Food and Agriculture Organization of the United Nations: Hand pollination of pears and its implications for biodiversity conservation and environmental protection — A case study from Hanyuan County, Sichuan Province, China

Lees hier de verantwoording van Jeroen van der Sluijs die ook betrokken was bij de uitzending van Zembla.

 

Advertenties