Mijten tellen


1
Mijten tellen bij Teeltgroep Flevo

Op 13, 14 en 15 juli 2016 telden we de mijten in de SDI volkjes. Doel is om vast te stellen of er VSH eigenschappen in de volkjes aanwezig zijn. Als er bij het openmaken en trekken van de larven met rode ogen helemaal geen mijten worden gevonden of alleen mijten die zich niet kunnen voortplanten dan hebben die volkjes de VSH eigenschap voor 100%. Als er veel mijten in de cellen worden gevonden met nageslacht dan is de VSH eigenschap niet aanwezig. Natuurlijk zijn niet alle volkjes 100% en ook niet allemaal 0%. Er zijn ook tussenwaarden. Het openmaken van de cellen gebeurt onder een microscoop en de larf wordt op een tableau gelegd. Zo leg je er 10 op een rij en zo maak je veel rijen uit één volk. Zit er in een cel geen mijt dan noteer je niets maar als je mijten in een cel vindt dan noteer je de bijzonderheden zoals, plus mannetje en de hoeveelheid dochters. Aan de hand van die gegevens wordt het percentage VSH bepaald. Op die dagen waren Jeanne van Sebille, Gerbert Kos en ik dus aan het tellen. Een intensieve en vermoeiende bezigheid. Van alle gecontroleerde volkjes konden we vaststellen dat er 11 volkjes zijn met een hoog percentage VSH. Van een aantal SDI koninginnen was de spermatheek leeg en die waren dus darrenbroedig.

De volkjes met hoge VSH hadden een varroa besmettingsgraad in het broed van 2 – 5 %.
Van de lage of niet-VSH volkjes was de besmettingsgraad  11 – 27%.

De lage en niet-VSH volkjes zijn verenigd. Van de hoge VSH volkjes worden koninginnen geteeld die volgend jaar de darren voor de SDI koninginnen gaan leveren.

Foto: Buckfast Teeltgroep Flevo (bij gebrek aan eigen foto).

Advertenties