De boogsnede


Voor we de boogsnede bespreken moet ik eerst een eigenaardigheid, zeg maar een karaktertrek, van bijen noemen. Bijen willen geen doppen optrekken op verticale raat waarbij de cellen horizontaal liggen en als zij daar doppen op aanzetten zijn het een paar redcellen. Bijen willen wel doppen optrekken op cellen waarbij de opening naar beneden is gericht zoals bij de Case-Hopkins methode en bij cellen waarbij de onderzijde van de cel is weggehaald. De boogsnede en de Dr. Miller methode zijn op deze eigenschap gebaseerd.

Verder dient het pleegvolk moerloos te zijn en veel, ca. 2 kg voedsterbijen bevatten.

boogsnedeBij de boogsnede laten we een nieuwe uitgebouwde raat door de koningin beleggen en op de vierde dag hebben we larfjes van één dag oud. We snijden de raat in een soort boogvorm zoals op het plaatje. Het onderste gedeelte verwijderen we. Langs de onderrand verwijderen we de onderzijde van de cellen waar een larfje in ligt. We halen steeds 2 larfjes weg en laten 1 cel met larfje en verwijderde onderkant van de cel staan. Deze larfjes liggen dan in een cel die voor de bijen voldoet om een koningin in te telen. De rest van de larven in de raat hebben minder aantrekkingskracht en daar zullen ze geen doppen optrekken.

Deze geprepareerde raat hang je in een moerloos en broedloos pleegvolk met veel voedsterbijen. 11 dagen later kun je de rijpe doppen oogsten.

Omdat er redelijk veel doppen worden opgetrokken kan de capaciteit van de voedsters net te weinig zijn om overvloedig koninginnengelei te produceren waardoor de koninginnen te weinig voeding krijgen en daardoor van mindere kwaliteit kunnen zijn.
Een betere manier is de methode van Dr. Miller.

Advertenties