Methoden van inteelt


Bij planten en dierenteelt is bekend dat bepaalde hybriden superieur zijn aan de lijnen waaruit zij zijn geproduceerd. De superioriteit van hybride mais is bekend. Dierenfokkers hebben ook superieure hybriden gefokt. Omdat een groot deel van het nageslacht nodig is om de teeltlijnen in stand te houden hebben dierenfokkers geen hybriden gebruikt voor extensieve productie. Overigens wordt er bij varkens veel gebruik gemaakt van een modificatie in het gecontroleerde hybride programma. Het is het kruisen van drie lijnen waarbij gebruik gemaakt wordt van hybride zeugen en raszuivere beren in elke generatie. De nakomelingen zijn productiever dan die van de zuivere lijn.

Over het algemeen wordt gedacht dat de vitaliteit van hybriden dominant is. Dominante genen neigen er naar meer gunstige effecten te hebben dan hun recessieve allelen en in een hybride komen de dominante genen tot uiting op meer loci dan de recessieve allelen.
Een ideaal teeltsysteem bestaat uit het houden van raszuivere maar niet aan elkaar gerelateerde inteeltlijnen en deze te kruisen voor de productie van superhybriden. Slechts een paar van de inteeltlijnen leveren uitstekende hybryden als zij worden gekruist. Maar de teler kan de goede lijnen selecteren om goede hybriden te telen.

Deze en meer artikelen zijn te lezen in het boek “Koninginnenteelt van A tot Z” en in het boek “Imkerweetjes”. De boeken zijn hier te verkrijgen.

Minder dan 1 procent van de dochterkoninginnen en darren van een koningin is nodig om een lijn aan te houden. Waar slechts 4 tot 10 koninginnen in elke generatie nodig zijn om een inteeltlijn in stand te houden kunnen 3 of 4 gekruiste koninginnen worden gebruikt om 10.000 hybryde koninginnen te telen.

De lage kosten van het maken en onderhouden van inteeltlijnen samen met het grote aantal nakomelingen dat kan worden geproduceerd geeft aan dat een teeltprogramma gebaseerd op hybride nageslacht het meest practisch is. Verder geeft het effect van de sexallelen op het broed aan dat andere teeltplannen, zoals lijnteelt, langzaam verlopen en duur zijn omdat er veel vitaliteitsverlies optreedt.

Om hybride bijen te telen kan de teler verschillende rassen, lijnen of inteeltlijnen met elkaar kruisen. Ondanks dat deze bijen homozygoot zijn voor de gewenste eigenschappen zullen de hybryden vitaal zijn. Verder zullen kruisingen met dezelfde rassen of lijnen allemaal van elkaar verschillen. Een zekere methode om uniforme hybriden te krijgen is het aanhouden van homozygote lijnen voor bepaalde eigenschappen.

(Een organisme is homozygoot voor een bepaalde eigenschap als het twee identieke kopieën van een gen heeft in een chromosomenpaar. Dit kan tot stand komen als beide ouders hetzelfde allel voor een gen doorgeven aan hun nakomeling.
Als twee (identieke) homozygote organismen zich voortplanten, kunnen ze enkel dit gen doorgeven en is het nageslacht ook homozygoot. De eigenschap is vastgelegd voor toekomstige generaties.)

De snelste methode om homozygose in een lijn te krijgen is inteelt. Inteelt is de paring van van familieleden., zoals ouders met kinderen, broer met zus of neven nichten en combinaties daarvan. Familieleden hebben allen dezelfde erfelijke eigenschappen en paring onderling legt deze eigenschappen vast in een homozygote of zuivere conditie. Inteelt wordt voornamelijk gebruikt voor één doel namelijk het verkrijgen van homozygose of genetische overeenkomst van het nageslacht.

Inteelt binnen een populatie leidt tot verdeling van de populatie in veel families met elk opvallende eigenschappen. Elke familie wordt uniform binnen de familie maar verschilt opvallend van de andere families. Selectie van families, binnen de inteeltlijn, kan met meer accuratesse gebeuren dan van individuele koninginnen. Dit geldt speciaal voor eigenschappen die niet dominant vererven zoals eiproductie en vitaliteit.

De ingeteelde individuen hebben een lagere gemiddelde waarde dan niet-ingeteelde. Ze zijn niet zo vitaal of productief. Inteelt is de meest geforceerde test op erfelijkheidseigenschappen die men kan uitvoeren omdat het de goede én de slechte eigenschappen toont.

Vanwege het paringsgedrag van bijen is het nodig dat de teelt binnen inteeltlijnen via kunstmatige inseminatie gebeurt. Als in hoge mate ingeteelde lijnen zijn verkregen is het nodig de aanparingen te controleren om de lijnen zuiver te houden. Kunstmatige inseminatie is de enige veilige methode om dit te bereiken.

Als de teler familieparingen uitvoert zoals moeder-zoon, broer-zus, of terugkruisen naar een koningin kan hij weinig doen via individuele selectie. Hij kan weliswaar selecteren op kleur of andere zichtbare erfelijke eigenschappen maar deze eigenschappen zijn economisch niet zo belangrijk. Belangrijker eigenschappen zoals broedproductie, vitaliteit of ziekteresistentie zijn niet zichtbaar bij koninginnen en darren. Selectie op deze eigenschappen heeft meer effect nadat de inteeltlijnen er zijn.

Wilt u meer weten? Deze en meer artikelen zijn te lezen in het boek “Koninginnenteelt van A tot Z” en in het boek “Imkerweetjes”. De boeken zijn hier te verkrijgen.

In het volgende artikel: De tante-neef aanparing

2 thoughts on “Methoden van inteelt”

  1. Wat ik niet snap (en ik zal vast ee hoop niet begrijpen) inteelt is toch niet goed?
    Als ik een broer en zus hond met elkaar kruis en dat doe ik met die puppies ervan en daarvan dan krijg je toch hele ongezonde honden die zwakke heupen hebben of agressief worden, of kan het daarbij ook goed gaan?

    Kan het bij bijen ook zo zijn dat je bijen krijgt dmv inteelt die zwakke poten of vleugels hebben, of afwijkende kleuren.

    En wordt op deze manier met alle rassen geteeld, of alleen voor hybriden, want ik versta Buckfast onder hybriden (verschillende rassen bij elkaar). Maar wat jij schrijft dan zijn na generatie E doen je er een andere lijn in en dat noem jij hybriden. Maar is als je dat alleen met F1 Carnica’s doet dan is het toch geen hybriden?

    1. Hallo Mathijs, inderdaad is inteelt in je productievolken niet goed. Er ontstaan dan veel diploïde darren die door de werksters worden verwijderd. Gevolg: kleine niet productieve volken.
      Inteelt wordt gebruikt in de zaad- en veeteelt om eigenschappen vast te leggen. Zowel de goede als de slechte. Dit geldt ook voor bijen.
      Men neemt b.v. 4 verschillende rassen en maakt 4 inteeltlijnen, A, B, C en D. 50% inteelt is normaal. Dan kruist men deze inteeltlijnen. A x B en C x D. Maar ook B x A en D x C. Dit zijn F1-hybriden.
      Door het heterosiseffect vertonen de nakomelingen het gemiddelde van één of meer eigenschappen of overtreffen deze in hoge mate. Nu volgt selectie op de goede of gewenste eigenschappen.
      Het is zaak dat de verschillende inteeltlijnen niet of zo min mogelijk verwant zijn. Nu teelt men koninginnen van de beste combinatie, zeg AxB. Deze koninginnen worden bevrucht door darren van CxD of DxC. Dit zijn dan Super-hybryden. Zoals bovenstaand artikel aangeeft worden op deze manier in de USA tienduizenden koninginnen per jaar voor de productievolken geteeld.

      Als je dit met Carnica x carnica doet lukt het niet want die zijn verwant.

      Leuke website heb je Mathijs.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s