Methode Dr. Miller


Veel imkers telen niet zelf hun koninginnen omdat zij het overlarven te moeilijk vinden. Toch pikken de meesten het snel op en sommigen niet en geven op. Het slecht zien van de larven en een “mentale barrière” lijken de hoofdoorzaken van opgeven.

Er zijn echter alternatieven waarbij je de larven niet hoeft te scheppen. Niet scheppen is veel beter om perfecte koninginnen te telen. Eén van deze methoden is die van Dr. Miller. Deze methode bestaat al sinds de twintiger jaren van de vorige eeuw.

Het principe

Een raam met uitgesneden uitgebouwde raat of kunstraat, beiden in een bepaalde vorm worden in het midden van de broedkamer van een geselecteerde koningin gehangen. De bijen bouwen de onderzijde van de raten uit, bouwen de raat aan elkaar en de koningin zal eitjes gaan leggen in de vers uitgebouwde raat. Als de eitjes beginnen uit te komen  wordt het raam verwijderd en wordt het raat teruggesneden tot waar de larven 24  tot 36 uur oud zijn, dat is ongeveer 4 tot 4,5 dagen na het leggen van het eitje. Het raam wordt nu in een pleegvolk gehangen waar de voedsters moerdoppen gaan aantrekken op de randen van de raat.

Miller gebruikte strips van kunstraat van 3 tot  4 cm breed bevestigd aan de toplat en aan de onderzijde driehoekig gesneden. De punt hangt ongeveer 4 cm boven de onderlat. De strips hebben onderling een afstand van circa 4 cm. De bijen bouwen de strips uit en de koningin belegd de strips voordat de openingen tussen de strips zijn volgebouwd. Dit maakt het terugsnijden tot larven van de juiste leeftijd makkelijk. In een simplex raam kun je zo 4 strips van 4 cm breed, met een onderlinge afstand van 4 cm plaatsen.

De vier tekeningen hieronder zijn gemaakt door Dave Cushman en zijn gebaseerd op raammaten die in het buitenland in gebruik zijn maar ze geven een goed idee hoe de methode uit te voeren.

Uitvoering
millerfoundTekening 1

In tekening 1 is met strips kunstraat gewerkt. Als er geen spandraden worden gebruikt is het een breekbare uitvoering waarmee je heel voorzichtig moet omgaan zodat de strips niet afbreken.
De kast waarin het raam wordt geplaatst moet waterpas staan zodat de strips niet worden vastgebouwd aan de raten ernaast.

millercombTekening 2

In tekening 2 is gebruik gemaakt van uitgebouwde raat die wordt teruggesneden. Hierbij is het geheel wat steviger en zorgen de spandraden voor extra stabiliteit. Het snijden van meermaals belegde raat is moeilijk dus gebruik, indien mogelijk slechts 1 maal belegde raat. Werk met een scherp mes. 2 punten volstaan omdat je per pleegvolk niet meer dan 15 moerdoppen wilt telen in verband met de kwaliteit van de aanstaande koninginnen.

millerfoundcellsTekening  3

Tekening 3
De doppen op deze tekening zijn niet helemaal op schaal maar zo ziet het eruit als je gebruik maakt van kunstraat zoals in tekening 1.

millercellsTekening 4

Tekening 4
Ook in deze tekening zijn de doppen niet op schaal maar zo zou het er uit moeten zien als je een uitgebouwde raat toepast zoals in tekening 2.

De Miller methode is zeer eenvoudig en succesvol als je weet hoe het moet en de 0mstandigheden goed zijn. Maar het kan ook mislukken. De methode blijkt minder betrouwbaar te zijn dan andere methoden. Ben je een amateur imker die slechts enkele koninginnen nodig heeft en zich een kleine vertraging kan veroorloven of als je een onbekend aantal moerdoppen wilt dan is de methode perfect voor jouw doel. Maar als je een bepaald aantal moerdoppen wilt voor de handel op een bepaalde datum kun je beter een andere methode gebruiken.

Moerdoppen die worden aangezet met deze methode zijn in feite redcellen en worden niet tegelijkertijd aangezet. Dit betekent dat ze ook niet tegelijkertijd uitlopen. De moerdoppen en koninginnen verkregen met deze methode zijn uitstekend. De methode heeft voor beginners de volgende voordelen:

  • Eenvoudig zonder dat er speciale technieken moeten worden aangeleerd;
  • Er is geen extra materiaal voor nodig;
  • Er zijn geen extra kosten;

De Millermethode kan onbetrouwbaar zijn en wel om de volgende redenen.

Miller was een Amerikaan die onder betere klimaatomstandigheden werkte dan hier in Nederland of België.

Velen gebruiken een uitgebouwde raat of een vel kunstraat in een raam en plaatsen dat in het volk. Alls de koningin aan de leg is wordt de raat als een zigzag vorm terug Kunstraat is onbetrouwbaar. Als er geen nectar binnenkomt gesneden.
Maar zo werkt het echter niet!
Wat er gebeurt is dat de koningin in het midden van de raat begint met leggen en daarna het broednest verder naar buiten uitbreidt. Daar een zigzag snede maken wil zeggen dat larven van verschillende leeftijd aan de randen komen te liggen.

Kunstraat kan onbetrouwbaar zijn. Als er geen nectar binnenkomt zullen de bijen de raat niet uitbouwen. Als er wel nectar binnenkomt bouwen ze de raat wel uit maar vullen de cellen met nectar. Met kunstraat moeen de bijen eerst de raat uitbouwen maar als de nectar mondjesmaat binnenkomt bouwen ze niet de hele raat in één keer uit. Dit kan betekenen dat de koningin de raat belegt gedurende een aantal dagen en dan zijn de arven van verschillende leeftijd. Er  moet dus eigenlijk een regelmatige aanvoer van nectar zijn.
De beste resultaten krijg je met uitgebouwde raat. De koningin belegt dit regelmatiger omdat de raat al is uitgebouwd. Maagdelijke raat is beter omdat bij eenmaal bebroede raat de cocons zorgen dat je niet zo mooi kunt snijden en de bijen bouwen mooiere doppen op nieuwe raat. Dus gebruik van kale kunstraat wordt afgeraden.

Het kan beter zijn het raam in een kleiner pleegvolk te hangen echter wel stampvol met jonge bijen. Denk daarbij aan het gebruik van een zes- of achtramer. Een productievolk zal niet altijd die resultaten geven die je zou verwachten.

Ramen uit de honingkamers zijn na het slingeren goed bruikbaar voor deze methode. Vooral die welke niet helemaal perfect zijn uigebouwd.

Het beste is de zigzagsnede eerst te maken en slechts 2 driehoeken te maken. Dit geeft de koningin gelegenheid twee gedeelten te beleggen waar zij vanuit het midden van elk gedeelte naar buiten kan werken in plaats vanuit het midden van één raat. De bijen zullen daarna de raat verder uitbouwen en de koningin zal de nieuw aangezette raat een paar dagen later beleggen. De raat kan dan gesneden worden langs een lijn waar larven van dezelfde leeftijd liggen. Dit is meestal niet een rechte lijn maar de vorm van de raat doet er niet toe. Als er een vertraging optreedt kun je de nieuwe uitgebouwde raat aan de randen gebruiken. Maar let op want vooral in het voorjaar zal de nieuwe uitbouw uit darrenraat bestaan en daarop worden geen doppen aangezet.

Als de hele raat of kunstraat is belegd moet je soms een andere vorm snijden langs de larfjes van gelijke leeftijd maar dat is geen ramp want het werkt gewoon.

Voeren om een dracht te imiteren is mogelijk maar niet makkelijk als een volk honingkamers heeft. Voeren doe je met een jampotje met twee kleine gaatjes in het deksel. Geef je meer dan wordt de raat gevuld met suikerwater.

Je weet met deze methode niet hoeveel moerdoppen je zult krijgen, omdat dit grotendeels afhangt van de zwermlust van het pleegvolk, dit is wel belangrijk! Je hoeft geen larven op de rand te verwijderen zoals vaak wordt geadviseerd maar je kunt ze gewoon dooddrukken zodat er enige afstand tussen de moerdoppen ontstaat. Ook bouwen de bijen vaak redcellen midden op de raat. Die kun je gewoon verwijderen tenzij er een tekort aan moerdoppen op de randen is. Dan laat je één redcel staan voor het pleegvolk.

Vaak heb je een oude of falende koningin die goed is en je wilt een paar extra koninginnen van haar krijgen. Dan kan de  Miller methode ongeschikt blijken omdat ze waarschijnlijk geen goed legpatroon heeft en dan zou een andere methode beter zijn.

Ondanks dat er enkele problemen op kunnen treden is de Miller methode zeer geschikt voor de imker die geen koninginnen teelt volgens een strikt tijdschema. Als het  goed gaat is deze methode net zo goed als elke andere methode en levert het goede koninginnen op. Gaat het fout dan kun je het gewoon nog een keer over doen.

%d bloggers liken dit: