Tante-neef aanparing


Hier volgt een voorbeeld met uitleg van wat er gebeurt om te laten zien hoe je de eigenschappen van een goede combinatie vast kunt leggen en hoe je dat doet omdat niemand je dat vertelt.

Bijvoorbeeld:
We beginnen in 2012 en kopen in Italië één of meerdere raszuivere Ligustica-koninginnen. Ze komen uit Castiglione waarvan je de coördinaten en de hoogte boven de zeespiegel in de pedigree kunt zien.

De praktische waarde en de teeltwaarde van de Ligustica berust op de gelukkige combinatie van een groot aantal goede eigenschappen, zoals vlijt, zachtaardigheid1 vruchtbaarheid, zwermtraagheid, sterke bouwdrift, witte verzegeling van de honing, honingopslag niet direct in en om het broednest, reinheid, resistentie tegen ziekten en de neiging om bloemenhoning te prefereren boven bladhoning.

Deze en meer artikelen zijn te lezen in het boek “Koninginnenteelt van A tot Z” en in het boek “Imkerweetjes”. De boeken zijn hier te verkrijgen.

De Ligustica heeft ook haar nadelen, zelfs heel belangrijke. Een gebrek­kige vitaliteit en een te grote broedlust zijn de meest zwaarwegende fouten waaruit haar nadelen voortkomen. De neiging om te vervliegen, wordt veroorzaakt door een zwak ontwikkeld oriëntatievermogen. Daarbij komt nog een verspillend gebruik van de voorraden.

Maar goed je hebt die koninginnen, geeft ze de naam L01(XX) en je laat ze overwinteren. In 2013 teel je dochterkoninginnen en laat deze bevruchten op het bevruchtingsstation Flevoland waar de dochters van A91(HeR) de darrenleveranciers zijn. Nadat deze koninginnen bevrucht zijn noem je ze L02(XX).

In onderstaand schema onder de letter A is dit weergegeven:
ligustica1In 2014 besluit je deze combinatie te testen en te selecteren. Alle koninginnen met slechte eigenschappen verwijder je.
Je gaat je tevens voorbereiden op seizoen 2015 en je teelt in 2014 van de beste koninginnen L02(XX) dochterkoninginnen en laat die bevruchten. Het maakt niet uit door welke darren. Dus standbevruchting is ook goed. We noemen deze darren XXX. Na de bevruchting noem je deze koninginnen YYY (of je geeft ze een andere naam) zoals in B aangegeven.
Dit is een belangrijke stap die je niet in pedigrees kunt aflezen maar dat moet je weten. Later herken je het wel.

Want wat is het geval?

Het blijkt dat de lijn die je aan het testen L02(XX) bent heel erg goede eigenschappen heeft en je wilt nu die goede eigenschappen van de combinatie L02(XX) x A91(HeR) vastleggen zodat ze overerfbaar worden in volgende generaties. Daarvoor moet je een tante-neef paring uitvoeren.

Dat gaat als volgt: (zie schema B)
Je teelt in 2015 dochterkoninginnen van L02(XX). Deze dochters zijn zusters van de koningin YYY die je in 2014 teelde.
De darren die koningin YYY in 2015 voortbrengt zijn dus neven van de nieuw te telen koninginnen. Deze nieuwe koninginnen zijn dus ook de tantes van de zonen van koningin YYY.

De zonen van koningin YYY zijn een mannelijke kopie van koningin YYY en bevatten de eigenschappen van L02(XX) x A91(HeR) en geven deze door.

Men zegt dan: de darren worden geleverd door dochters van L02(XX) (zie B)

In onderstaand schema is aan de darrenzijde L02(XX) aangegeven omdat de eigenschappen van L02(XX) x A91(HeR) worden doorgegeven via de tussenstap die in 2014 is gemaakt.

Dit is een neef-tante paring om eigenschappen (zowel de goede én slechte) vast te leggen. In de pedigrees op de website van Jean-Marie zie je deze neef-tante paring vaak in de pedigrees. Hier een voorbeeld waarin je dat ziet in de darrenlijn.

Het beste is deze aanparing door middel van kunstmatige inseminatie uit te voeren. Of je zult een bevruchtingsstation zover moeten zien te krijgen dat ze jouw dochters van L02(XX) als darrenleveranciers willen opstellen voor een bepaalde periode.

ligustica2Na de paring noemen we in dit schema de nieuwe bevruchte koninginnen L03(XX).
In de grafiek bij de inteeltmethoden zie je dat je na deze tante-neefparing 25% inteelt kunt verwachten en 37,5% van de sexallelen heterozygoot zijn en 62,5% van de sexallelen homozygoot, vastliggen en niet meer veranderen.

Nu volgt een periode van selectie op gewenste eigenschappen. Daarna kan men van deze ingeteelde volken koninginnen telen waaruit, indien zij met niet-verwante lijnen worden aangepaard,  geweldige volken kunnen ontstaan. Met o.a. zulk broed.
Bijen(1)

Foto: Adrie van der Meiden

Er gaat veel tijd zitten in een selectieprogramma en ik hoop dan ook dat nu duidelijk is waarom een goede koningin geld kost en een geweldige koningin, in de ogen van sommigen, een fortuin kost.

Als u meent dat dit voor u een brug te ver is, lees dan het volgende artikel: Wat kunnen we zelf doen?

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s